Handboogsport mijn geschiedenis.

In dit artikel beschrijf ik mijn geschiedenis in de handboogsport

van vroeger Victoria uit Venhorst tot nu VZOD Volkel. Al als klein jongetje werd ik besmet met het handboog virus.

Familie in de handboogsport

Een aantal ooms neven en nichten en broers waren atijd druk in de weer met pijl en boog. Dan is het niet zo gek dat je dat als klein manneke ook wil. In mijn familie van moeders kant waren er veel die zich bezig hielden met de pijl en boog. Die ooms neven en nichten, de een nog beter dan de ander, en zeker de een nog fanatieker dan de ander. Soms puur voor de lol, en soms tot Nederlands Kampioen. Miijn eerste leraar was oom Pit, (Peter). Hij was een kei in het motiveren van mensen en een beminnelijk man. Veel geduld en altijd in voor een geintje. Ook mijn ome Sjef schoot, maar die man zat anders in elkaar. Liep bijna altijd op blote voeten en kon flink uitvallen op zichzelf als hij een slecht schot maakte. Dan was daar Cor van Geffen, een neef die veel wegleerde aan de leerlingen van Soranus Volkel samen met zijn broer Ben. De meesten leven niet meer, behalve Cor, maar die schiet al jaren niet meer.

Mijn eerste boog

 Mijn eerste boog was een stalen geval met een soort van gaskabel als pees. Maar op een ouwe fiets moet je het leren. Heel onnauwkeurig en uiterst onstabiel. De meesten schoten in die tijd met een houten boog uit een stuk. Hier en daar zag je toen al stabilisatoren verschijnen op de bogen. Niemand was zich toen bewust van het feit dat die op een houten boog maar weinig doen, en ook niet echt nodig zijn. Er waren ook Fiberglass bogen. Krengen van dingen waren dat. Als die braken dan warren het hele scherpe splinters die vrij kwamen. Allerlei soorten pees werden gebruikt. Kevlar deed in die tijd zijn intrede en had de nare eigenschap plotseling te kunnen knappen. Als dat gebeurde kreeg de boog een flinke opdonder. Gelukkig is tegenwoordig het peesmateriaal van goed synthetische stof en heel sterk. Mijn boog, die van staal, was heel slank, maar erg stug, vooral het laatste trekgedeelte. De techniek was toen met de duim in de nek om treklengte te behouden. Dit heeft als nadeel dat altijd iets verder uitgetrokken wordt dan nodig. En heeft als nadeel dat overstappen op met klikker schieten bijna ondoenlijk is. Klikkers werden nog maar zelden gebruikt en werkten toen ook anders. Sommingen werkten met een spiegeltje op de boog waarin een lijn was getekend. Men trok dan zo ver dat de punt van de pijl zichtbaar was in het spiegeltje tot aan die lijn. Dan werd er gelost. Er waren ook valklikkers. Een simpel mechanisme wat op de pijl lag. Had je voldoende treklengte bereikt, viel dat ding voor de pijl en kon je lossen. Houten of aluminum pijlen werden gebruikt en men nam het niet zo nauw met de spine, treklengte, en ponden. Je schoot met wat je had. Veel geld was er niet om goed materiaal te kopen. Elke club had toen ook nog een pijlenrichter. Een apparaatje waar je kromme pijlen weer recht mee kon maken, natuurlijk alleen aluminium en ze mochten ook niet al te krom zijn. 

Mijn eerst clubje 

Ik werd lid van de inmiddels opgeheven club Victoria in Venhorst. Een paar broers van mij schoten daar en dan is zoiets snel geregeld. Veel verstand van materiaal hadden ze niet als ik met de kennis van nu terug kijk op die tijd. Maar er was wel altijd lol en gezelligheid. Op zondagmorgen thuis even in de wei trainen op een pak stro. En geintjes uithalen met pijl en boog, zoals zo'n vuurwerksterretje, ik weet echt niet hoe die dingen heten, voor aan de pijl vast maken en dan in de avond recht omhoog schieten. Door de snelheid ging dat ding bijna uit, maar op zijn hoogste punt draaide de pijl om en begon het ding weer te flikkeren. Het jaarlijkse koningschieten, wat was ik trots toen ik Prins werd. Niet zo moeilijk, ik was het enige jeugdlid. Maar dat besef je niet op die leeftijd. Het gaat om dat bekertje, dat eerste bekertje wat je wint zal je nooit vergeten.

Lang leve VIctoria

Wat me nog het meeste is bijgebleven is dat mijn oom Pit, die voorzitter was, de vergaderingen altijd opende met de Christelijk groet. En een vervelend voorval waarbij een lid geroyeerd werd. Een pijnlijk voorval wat je altijd bij blijft. De kroeg waar wij achter schoten, werd een feestzaal gebouwd en hiervoor moesten onze banen geruimd worden. Toen schoot je nog heen en weer. Aan weerszijde van de baan stonden doelpakken. Levensgevaarlijk, maar dat was wel op meer plaatsen zo. Nadat we daar weg moesten met onze club hebben we nog even geschoten in een andere feestzaal, dus geheel overdekt. Maar telkens alles op moeten bouwen om een paar pijlen te kunnen schieten was eigenlijk geen doen. Ook het combineren van feestzaal annex schietaccommodatie was geen succes. Natuurlijk kreeg een bruiloft of ander feest altijd voorang van de kastelein en dat gaf zoveel problemen dat besloten werd om er maar een punt achter te zetten. Sommige van onze leden zijn lid geworden van Doele Willem III in Boekel maar de meesten zijn gestopt. Ook ik heb toen de boog aan de wilgen gehangen.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan

Pas nadat ik getrouwd was en samen met mijn Nelleke een braderie bezocht in het naburige Erp werd mijn interesse weer gewekt. De plaatselijk handboogclub Concordia, inmiddels gefuseerd met de ook Erpse club Welvaren, had een standje opgricht waar je voor 1 gulden 3 pijlen mocht schieten. Natuurlijk doe je dan mee, al is het alleen maar om de clubkas te spekken. Maar er gingen vele guldens doorheen die middag en de voorzitter, Theo Hanegraaf had het goed gezien. "Jonge gij moet als de sodemieter lid worden van een handboogclub want je doet dit veel te graag."  Theo gaf mij advies om contact op te nemen met Soranus in Volkel of VZOD in Odiliapeel omdat ik toen en nu nog in Uden woon. Toen al werden er geen leden uit andere dorpen naar clubs toe getrokken en had men respect voor elkaar. Dit is gelukkig niet veel veranderd. Concordia Erp is een paar jaar geleden gefuseerd met Erps Welvaren en heet nu Concordia Welvaren met een prachtige nieuwe accommodatie voor de handboogsport als resultaat.

Soranus of VZOD

Bij Soranus in Volkel kon ik maar geen contact krijgen maar in Odiliapeel was het antwoord van toemalig voorzitter Antoon van Tiel heel duidelijk. Stap maar in je auto en kom maar naar De Peel, ik ben er over een kwartiertje, dan kan je komen schieten. Met een geleende boog van VZOD heb ik de draad weer opgepakt en na een paar maanden een houten boog gekregen van mijn broer die toch nooit meer wilde gaan schieten. Een oud beestje (greenhorn) uit een stuk maar lag geweldig goed in de hand. Hier heb ik een jaartje mee geschoten en toen een tweede of derdehands 3 delige boog gekocht van Pietje van den Bogaart. Toen ging het alweer een stuk beter. Ik had een goede club uitgezocht en heb het er atijd heel goed naar mijn zin gehad. Het was wel een beetje een ouwelullenclub aan het worden met maar een vrouwelijk lid, Annie de vrouw van de voorzitter maar het was in D'n Beukenhof altijd gezellig en het ging er altijd sportief aan toe. Hier heb ik veel geleerd van Toon van Tiel en andere clubleden. In die tijd schoten Piet, Anton, Geert en Patrick van Berkel bij VZOD en die wisten ook enorm veel van de handboogsport. Toen al bleek dat handboogsport vaak beoeffend wordt door complete families en aanverwanten. Het komt er op neer dat als bij Soranus de telefoon wel was opgenomen ik waarschijnlijk lid was geworden van Soranus. Hoe dat mijn geschiedenis zou hebben beinvloed zullen we wel nooit weten.

Jong bloed

Om voor de club nieuwe leden te genereren hebben we op een keer meegedaan met de plaatselijk braderie "Schapendag". Dat hebben we geweten, samen met Dirk bos zouden we de maandag daarop de nieuwe leden (vooral kinderen) echt leren schieten. We kwamen handen voeten en materiaal te kort, zo druk werden die eerste lessen bezocht. Dat was meteen een belangrijke les voor me, je kan wel meer leden willen maar heb je ook geregeld hoe je daar mee om gaat, en is daar materiaal en tijd voor. Ons bestuur bestond voornamelijk uit oudere wijze mannen en een daarvan was Jantje van de Wijst uit Zeeland. Vaak kwam Jantje met de fiets naar Odiliapeel en dronk na het schieten dan een paar borreltjes maar kon dan niet meer naar huis fietsen. Ik bracht hem dan altijd naar huis en bij een van die ritjes vroeg hij aan mij of ik misschien zijn taak in het bestuur over wilde nemen. Hij vond dat daar jong bloed in moest. Ik heb me toen beschikbaar gesteld en heb veel samen met het bestuur kunnen regelen en doen, maar vooral veel geleerd.

Achter de kroeg

De Beukenhof in Odiliapeel heeft een aantal wisseling van kasteleins gehad. Dit geeft altijd spanning binnen het bestuur. Je bent tenslotte maar gast met je club in dat café. Frans van Gerwen was de eerste kastelein die ik heb leren kennen en dat ging perfect. Toen die stopte werd de leiding weer over genomen door de eigenaar van D'n Beukenhof, Walter Loeffen. Dit resulteerde in gewoon doorgaan waar je mee bezig bent, en was geen enkel probleem. Na een tijdje werd D'n Beukenhof verkocht aan Hans en Lucia van de Rijt. die hadden er wel zin in en hielden van duidelijke afspaken en die ook nakomen. Nog beter als al was, werden dingen geregeld. De complete DOEL moest opgenknapt worden en Hans zei "Als jullie het werk doen zal ik de spullen betalen" Het werd een metamorfose. De muren werden geschilderd, het dak werd gerepareerd en de grind die daar vanaf kwam moest tussen de rails van de automatische baan komen liggen. Tot die tijd hadden we altijd een kratje bier in D'n Doel staan en als iemand dorst had gooide hij een gulden in een schaaltje en pakte een flesje bier of fris wat er vaak ook bij stond.  Dat kon zo niet langer en er werd een mooi barretje getimmerd met koelkast en een paar krukken. We leverden wel wat plaats in maar met de nieuwe vloerbedekking op de grond en alle andere onderhoudswerkzaamheden zag het er plotseling veel vriendelijker uit bij VZOD. Tijdens ons 50 jarig jubilieum hebben we d'n doel heropend en het is een prachtig feest geworden.

Tentoonstelling

Tijdens dat 50 jarig jubileum is er door heel veel leden van VZOD erg veel werk verzet. Annie de vrouw van de voorzitter regelde van alles en er werden oude handboogspulen en foto's voor de dag gehaald. Zelfs de toenmalige hanboogdealer Jan Levels stelde bogen en materiaal beschikbaar. Een hele middag spitten in het onmetelijk archief van Jaques Eijsbouts in Vlierden leverde een schat aan informatie op. Er kwamen dingen aan het licht waar we als bestuur geen weet van hadden. Het is te hopen dat het archief in Vlierden behouden blijft voor de toekomst maar dan zal er een flinke ruimte beschikbaar moeten blijven. Handboogliefhebbers en vooral diegenen die interesse hebben in het verleden kunnen daar hun hart ophalen. Natuurlijk hoorde bij dat jubileum ook een feestavond. Geloof me, die was gezellig en motiveerde de leden van VZOD prima.  De club leefde helemaal op.

Koning

Zo kabbelde het leven voort en ik ben nog een paar keer koning geworden. Dan heb je binnen zo'n kleine club wel aanzien en sta je dan ook bijna altijd opgesteld als er naar wedstrijden werd gegaan. Elk jaar terugkerend evenement was het Kermisschieten. Als het Kermis was in Odiliapeel kwamen de schutters van Soranus uit Volkel naar ons en als het in Volkel kermis was, wij met z'n allen naar Volkel Naar Café Het Witte Paard. Wat was het altijd gezellig op die avonden. Er was nooit discussie of sprake van afgunst. Alle schutters kenden elkaar en soms leek het wel een grote club die daar bezig was. Het was ook in die tijd dat voorzitter Gerard Laarakkers van Soranus mij aansprak en vertelde dat hij mij  een keer onder vier ogen wilde spreken. Gerard trainde bij Soranus de Jeugd en ik deed dat bij VZOD in Odiliapeel, dus ik dacht dat het daar wel over zo gaan. Die zondag daarop was er een jeugdwedstrijd waarbij wij allebei aanwezig moesten zijn voor onze pupillen. We waren bij elkaar gaan zitten en het duurde niet lang of het beruchte woord FUSIE kwam ter sprake. Of ik dat niet bespreekbaar wilde maken binnen het bestuur van VZOD. Nu snapte ik waarom dit onder vier ogen moest, dat ligt nogal gevoelig bij veel leden bij beide clubs was mijn verwachting. Hier heb ik vervolgens heel lang en diep over nagedacht voordat ik dat aankaarte bij ons bestuur. Het viel allemaal nogal mee, de rest van het bestuur vond het nog niet zo dom om de mogelijkheden te overwegen en na te vragen bij onze leden. Die beslissen uiteindelijk. In een ledenvergadering werd al heel snel duidelijk dat er niemand echt bezwaar had tegen een fusie mits aan een aantal voorwaarden werd voldaan.

Fusie

Ook bij Soranus was een dergelijk vergadering geweest en ook daar was geen bezwaar. Een gezamelijke bestuursvergadering van beide clubs en een gezamelijke ledenvergadering van Soranus en VZOD en de zaak was beklonken. Twee belangrijke eisen van de leden moesten wel worden ingewilligd, de club moest VZOD gaan heten en er moest een inspanning komen van het nieuwe bestuur om te gaan onderzoeken of een eigen accommodatie tot de mogelijkheden behoorde. Vervolgens eiste het nieuwe bestuur dat vanaf dat moment uit 7 leden bestond, een mengeling zou zijn van de twee oude besturen, dat er nooit meer gesproken ging worden in de trant van "dat is een schutter van VZOD Odiliapeel of dat is een schutter van Soranus"
Er moest eenheid komen en daarmee waren we allemaal VZOD lid. Van welke plaats je kwam deed er niet toe.